Christophe & Jeanne

in Brussel waren vreselijke aanslagen. We hebben Franse nieuwsberichten gezien.

Maar we laten ons niet door fanatici de les lezen. We gaan gewoon door. 

Waar denken we aan als we de Camino lopen? Aan je plek in de wereld, thuis, je toekomst, de volgende fase in je leven of je loopbaan? Inderdaad en aan nog veel meer. Maar heel vaak denken we aan… niets, kijken we om ons heen en zien de eerste zwaluw, de stromende rivier, glooiende heuvels en voelen de blaar op de linkerhiel.

Soms zien we ook absurde dingen. Zoals de uitgebrande auto die op een pad in het bos naast de Loire staat (zie de foto hierboven). Het paadje was heel nauw, de auto moet daar lang geleden (toen het pad breder was) naartoe zijn gereden. Je ziet de auto en loopt verder, je fantasie slaat op hol en je bedenkt hoe dat kan zijn gebeurd. In twee dagen is daaruit het onderstaande verhaal gekomen.

De werkelijkheid kan veel absurder zijn dan fantasie. Ik zag 30 jaar geleden een oud scheepje liggen op een drassig stukje land, 50 meter van de Madre de Dios rivier in de jungle van Peru. Het leek wel alsof het met een mini-tsunami uit het water was getild en op de kant was gelegd. Ik herinner mij dat het schip rond 1900 in Engeland was gemaakt, dat stond althans op de roestende metalen elementen van het schip. Hoe was dat Engels scheepje in hemelsnaam daar terecht gekomen?

Het scheepje was eigendom van de Peruaanse rubberbaron Fitzcarrald die de boot uit elkaar had laten halen en de onderdelen daarna vanaf de Peruaanse kust, over het Andes gebergte (3000 – 4000+ meter hoog!!!) naar het Madre de Dios bekken liet vervoeren. Vervolgens heeft hij het weer laten assembleren voor het transport van “zijn” rubber over de rivier. Het lijkt een slecht bedacht scenario maar is echt gebeurd en was de basis voor de film “Fitzcarraldo” van Klaus Kinski (aanbevolen!).

Hieronder dus het verhaal van de uitgebrande auto op het pad langs de Loire.

Christophe & Jeanne.

Een kort verhaal.

1998. Op het prikbord voor afstudeeropdrachten van de Institute of Automotive & Transport Engineering te Nevers hing, naast A4 vellen met gedetailleerde teksten van professoren, een blad met slechts een paar regels info en het felgekleurde logo van Tom Tom. Een pilotstudie over nieuwe informatietechnologie voor auto’s van het nieuwe millennium. Niemand wist wat dat betekende maar het had wat met IT te maken (daar moest je zijn), het was voor een commercieel bedrijf (dat zal aardig betalen) dat bovendien uit Nederland kwam (met misschien een gratis reis naar Amsterdam).

Tien studenten reageerden en werden uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek. Een TomTom manager was aanwezig die kort sprak over de opdracht. Ze werkten aan een systeem om automobilisten de weg te wijzen. De doelgroep waren de Young & Bright van 20-50 jaar die een bloedhekel hadden om tijd te verliezen in het verkeer en ongebaande paden niet schuwden om een file te ontlopen. Daarna werd aan elke kandidaat wat vragen gesteld die niets met de opdracht te maken leken te hebben maar volgens Edith, die al een project bij een bedrijf had uitgevoerd, was dat normaal bij grote, moderne firma’s.
Christophe Bourbonnais en Jeanne Collet ontvingen bericht dat ze waren uitgekozen.
Voor Cristophe was het leven een feest. Hij speelde gitaar en kookte veel voor grote groepen. Bij zijn jaargenoten was hij geliefd vanwege zijn “diners dans la campagne” waarbij men zich in Christophe’s kleine Renault propte en naar een weide of bos werd gereden. De wagen was “Dante” gedoopt omdat altijd een brander in de laadbak lag die Christophe met veel show aanstak om entrecotes te braden tussen de wilgen.
Jeanne was een serieuze dame. Bloedfanatiek en sportief. Elke dag was een uitdaging. Ze had eerst op turnen gezeten, daarna op atletiek maar was met alles gestopt omdat ze niet tot de top kon doordringen. Ze had zich nu op haar studie gestort en was vastbesloten om dan maar in het bedrijfsleven nr. 1 te worden.
Christophe en Jeanne kregen gedetailleerde informatie. Het werd duidelijk dat de TomTom uitvinding het autorijden volledig zou veranderen maar dat hun bijdrage zich tot noest knechtenwerk zou beperken: ze moesten alle doorgaande wegen en sluipwegen rondom Nevers afrijden en de data slim ordenen. Ze ontvingen 5000 Francs en wat apparatuur en binnen een maand moest het klaar zijn.
Het plan was snel gemaakt. Ze zouden in de Dante rondrijden om de kosten van een huurauto te besparen. Dat geld konden ze beter in hun eigen zak steken. In 7 dagen van 12 uur rijden zouden ze alle wegen afrijden.
De sfeer was al gespannen voordat de auto was gestart. Christophe zou om 8 uur bij Jeanne zijn maar pas om 8.15 rijdt de Dante haar straat in. Jeanne stapt in, “Je bent veel te laat, dit kan niet”, ze had haar tijd beter kunnen gebruiken. De toon is gezet.
En Cristophe stopt te vaak voor een kop koffie. En belt te vaak met vrienden. En wil overdag ook nog een boodschap doen. Ze zijn uitgeput als Jeanne om 8 uur avonds uitstapt. Nog 6 dagen te gaan.
De volgende ochtend arriveert Christophe bij Jeanne om 8.05 uur. “Je bent weer te laat” zegt Jeanne terwijl ze deur dichttrekt. De volumeknop schiet omhoog en de nieuwslezer overstemt alle overige opmerkingen. De conversatie daalt tot het minimaal noodzakelijke. Aan het einde van de dag kunnen ze de nieuwsberichten dromen.
Op dag vier stopt Cristophe voor de slager. Jeanne protesteert maar nadat hij het portier heeft dichtgesmeten verandert ze in een GTST sterretje waarvan het geluid is uitgezet. Hij had Paul uitgenodigd, daar was hij aan toe. Paul begreep dat een vriend in nood was. Een afspraak werd verzet.
Als Cristophe bij de auto terugkeert staat Jeanne op barsten. “Dit accepteer ik niet”, “Jij amateur”, “Profiteur”. De irritatie van drie dagen spuwt ze eruit. Ondertussen probeert Christophe het nieuwsbulletin te volgen. Als het stil is, de reclameboodschappen zijn dan al geweest, probeert hij rustig te blijven. “Of je stapt nu uit en ik maak de opdracht alleen of je gedraagt je, dit pik ik niet”. En zet de motor aan. Een oorlogsverslaggever uit Sarajevo spreekt over sluipschutters. Een deskundige in de studio becommentarieert het. De Dante rijdt verder met beide inzittenden. Maar Cristophe kan zich niet concentreren. Rijdt de verkeerde straat in en keert om na een vinnig teken van Jeanne. Het begint te regenen. Te hozen.
Hij slaat linksaf en rijdt het pad op langs de Loire. Het onweert inmiddels, ruitenwissers knikken als gekken maar de voorruit blijft een dansende groen-grijze massa.
Takken slaan tegen de auto, hij mindert vaart, Jeanne houdt zich vast. Plotseling een mokerslag tegen de bodem, Cristophe en Jeanne slaan naar voren en de auto staat stil. Een oorverdovende stilte, dan langzaam weer het geluid van roffelende regen. Jeanne snikt en wil niet meer. Christophe staart naar het dashboard. De snelheidsmeter is op 5 blijven staan. Zijn pols doet pijn. En blijft staren. Na een paar minuten opent hij de deur, stapt in de modder en ziet dat de auto bovenop een dikke tak is gereden. Die gaat niet meer rijden vandaag. Geen mens in de buurt en de telefooncel is kilometers verwijderd. Ze kunnen door dit noodweer onmogelijk naar de stad lopen. Hij legt het kort uit aan Jeanne.
De lichten zijn uit maar de radio speelt nog. Het wordt klam. Jeanne kijkt in de achteruitkijkspiegel. “Ik moet wat eten”. “Heb je wat bij je?”. Christophe had na de slager nergens meer gestopt. Alleen gereden. Achterin liggen de twee steaks. Paul zou voor niets voor de deur staan.
“Wacht, vanochtend moest je zo nodig naar de slager. Waar heb je dat?” Ze kijkt achterom en ziet de papieren zak liggen. “Ik moet eten, anders word ik gek”. Ze lijkt de vloermat te hypnotiseren.
“Luister. Het hoost. Ik heb steaks. Achterin is een benzinebrander. Maar die heb ik nooit in de auto gebruikt. Ik kan…”
“NEE. Ik wil niet dat je ook maar iets voor mij doet. Ik wil niets meer met je maken hebben. Ik doe het zelf. Ik wil weg. WEG. Waarom regent het?”
Ze pakt de papieren zak, stapt uit en klautert de laadbak in. Gaat naast de brander zitten en bekijkt vluchtig het kookgerei voor de “diners dans la campagne”. Niemand zegt iets. Elk woord is een potentiële bom.
Christophe kijkt in de spiegel en ziet hoe ze een pan en olie pakt. Hij hoort het brandstofventiel piepen, Dan: een korte gil, een zachte doffe bons en plotseling is overal een hels vuur. In een reflex staat Cristophe buiten en ziet hoe het vuur de auto in een gloeilamp heeft verandert. Jeanne gilt, springt een fractie later uit de auto en rent weg. Christophe heeft haar nooit meer gezien.
De auto brandt volledig uit. Christophe heeft de Dante nooit opgehaald.
Het pad wordt nog altijd niet aangegeven in de TomTom.
Nevers – Saint Amand-Montrond, maart 2016

2 gedachtes over “Christophe & Jeanne

  1. Een verhaal over een stel dat op elkaar was aangewezen, maar in vuur en vlam veranderde. Ha Ha, wat een symboliek. Voor de camino is tolerantie en respect tussen de reizigers van levensbelang… Gelukkig bezitten jullie dat tot in je vingertoppen! Zelfs Puck, de lieverd.

  2. Fantastisch verhaal! Ik zou bijna denken dat je je aan het voorbereiden bent op een carrière move 😉 in plaats van een pelgrimstocht aan het lopen bent ;-);-)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *