de Bierzo

tussen Astorga en Ponferrada

we hebben de Meseta verlaten, de Bierzo is bereikt.

heerlijke hammen en kikkererwten

en Bierzo wijn van Mencía druiven

en de Camino die doorgaat, elke dag opnieuw, naar het westen, over glooiende heuvels met witte brem, gele brem, paarse lavendel, tijmstruiken, venkel en rosmarijn

Bierzo3

 

 

Cruz del Ferro

op de Cruz del Ferro

(Foncebadón -) Ponferrada, 23 mei, 22 hr, 14 ºC, 26 km, Totaal: 2177 km

Vandaag heb we een ander icoon van de Camino bereikt, de Cruz de Ferro. Het is een 15 (?) meter hoge heuvel stenen, van knikker- tot tennisbalgrootte, waar fier in het midden een grote, houten paal staat met bovenop een metalen kruis. Ik heb het bekeken, het kruis roest niet, het is dus niet, zoals de naam vermoedt, van puur ijzer maar van een andere legering dat niet roest. Elke steen van deze heuvel is de laatste 100 jaar door een pelgrim neergelegd en staat symbool voor een last die hij hier wilde achterlaten.

Op de top van de berg, bij de paal, liggen de nieuwste stenen, de meesten met naam, een spreuk en sommige met een gravure of zelfs een metalen filigraan. Pelgrims staan om de paal, hier tikken zware seconden weg, een man bijt op zijn lippen, een ander rust met een hand en gebogen hoofd tegen het hout, hij neemt een foto van Cruz de Ferro en later maakt iemand anders een foto van hem op deze plek, op DE plek. Dan stapt hij langzaam naar beneden en gaat naar zijn fiets, Een half uur later, wij lopen al lang weer verder over het pad naar Ponferrada, fietst hij voorbij. Ik steek mijn hand op, hij ook, hij is moe. Een belofte is ingelost of heeft hij vandaag het doel van zijn Camino al bereikt?

CruzdelFerro1

op de top van Cruz del Ferro

Maar hoe verlicht je je, moet je daarvoor oude lasten afwerpen of kan je beter plaatsen opzoeken waar je opgelicht wordt en waar je hart en je hoofd open staan?

Ik denk daarbij aan een artikel in de mare over een Italiaans expeditieteam dat in 1925 met een zeppelin van Spitsbergen naar de Noordpool vloog. De leider, Umberto Nobile was al een held toen hij vertrok, hij was als eerste over de Noordpool gevlogen, van Rome, via Spitsbergen, naar Nome (Alaska). Dit waren de mannen die Mussolini nodig had. De tweede expeditie, in 1925 dus, had als doel om vanuit Spitsbergen naar de Noordpool te gaan en daarna weer terug te keren. Ditmaal was de tocht minder succesvol, het weer verslechterde op de terugreis en het het luchtschip kwam naar beneden. Het team crashte en heeft weken op het ijs gebivakkeerd voordat de meesten werden gered. En dan kom ik weer terug bij mijn vraag, hoe verlicht je je. Wat deed Umberto Nobile toen hij het pakijs vlak onder zijn boeg zag opdoemen? Heeft hij bevolen om bagage uit het schip te werpen, om het voedsel en de navigatieapparatuur weg te werpen die hij hard nodig zou hebben na een eventuele landing op het ijs, of zou hij de gaskraan vol hebben opengedraaid in een ultieme poging om weer hoogte te winnen? Ik kan mij niet voorstellen dat de koffers overboord zijn gegooid.

CruzdelFerro3

Umberto Nobile

Dat is een lang verhaal om uit te leggen waarom we niet diep geraakt werden door Cruz del Ferro. Lasten draag je met je mee, dat is het leven. Om tevreden of succesvol te worden moet je plekken opzoeken of activiteiten verrichten waarvan je gelukkig wordt. Wij beleefden dat in de San Isidoro in Léon of de kathedraal in Vézelay. Op de Cruz del Ferro waaide het vooral en hadden we het koud.

Lees: mare nr. 64 (2007), Der Getriebene, Karl-Ludwig Wetzig

(ter info: mare is een fantastisch tijdschrift over de zee en alles wat daarbij hoort. Wees niet verbaasd als er een reportage instaat over het Uyuni zoutmeer op 5000 meter hoogte in Bolivia, mare heeft dan toch een verband gevonden tussen dit prachtoord en de zee. Afleveringen van de mare  kun je lezen bij kapsalon Zus & Zo in Groningen….).

 

Goud & Stempels

stempel van de San Isidoro kerk in onze pelgrims-credencial

(Astorga -) Foncebadón, 22 mei, 22 hr, 5 ºC, 26 km. Totaal: 2151 km

Indrukwekkende zaken moeten eerst bezinken voordat je over hen praat. De  San Isidro basiliek is één van hen. Kerken en monumenten lijken statische elementen in de stad maar schijn bedriegt. Ik herinner mij dat de kerk een zwart geblakerd gebouw was tijdens onze eerste bezoek. Roet had zich sinds de start van de industriële revolutie aan het steen vastgehecht. Daardoor werd de drempel om naar binnen te gaan nog hoger want, eerlijk is eerlijk, de kerk heeft niet een van de mooiste fronten. Ik weet het, Romaanse dubbele bogen sieren de toegangsdeur en Romaanse kapitelen met mijn vriendjes staan daarbij op wacht maar de pauwen keken chagrijnig, de engeltjes hadden een wel heel gemaakte glimlach en zelfs de kerkvaders hadden moeite om de voorbijganger tot diepere, hogere gedachten te verleiden.
Isidorus4
het front van de San Isidoro
Nee, de schoonheid van de San Isidro basiliek is verborgen en ontdek je pas nadat je binnenstaat. Dan zie je het harmonisch interieur waarvan het Romaanse ontwerp nog altijd overheerst. Hier hoor je zelden grote luidruchtige toeristengroepen, normaliter zitten hier wat bewoners in de banken, vergezeld van een enkele buitenlander die met open mond naar het altaar staart. Want daar, temidden van al het steen en in de duisternis van de kerk, pronkt een enorm kunstwerk van 5 meter hoog, talloos veel kleine schilderijen, die bijbelse verhaal of heiligenleven vertellen. Ik heb niet het geduld om alle schilderijen te bekijken, daarvoor moet ik ook dichterbij staan, maar de rode gloed is warm en bekend en wordt intenser door dat van het verguldde raamwerk.
Isidorus3
interieur van San Isidoro, overdag
Ik loop langzaam tussen de bogen van het schip. De kerk staat niet vol met zijaltaren en grafmonumenten, de muren zijn leeg maar daardoor kan het aanwezige des te meer pronken. Zie de engeltjes die rondom het altaar de koepelbalken steunen, zie de rode koppen die belangrijke heiligenbeelden torsen en natuurlijk zie mijn vrienden; het hele Romaanse pantheon van ooievaars, adelaars en duiveltjes die de zondigen de de hel indrijven.
Isidorus1
San Isidoro, detail
Tijdens mijn rondgang hoor ik een zacht gezang, het blijkt een mis te zijn die niet meer in de hoofdkerk maar in een kleinere zijkapel wordt gehouden. Ik zie oude mannen zingen, ik heb geen medelijden, het zijn slechts weinigen maar hun warme geluid vult de ruimte en houdt je vast. Zij hebben een kerk gekend die elke dag vol zat, die de klokken luidde en waarna het schip volstroomde. Ik hoop dat ze niet te veel denken aan de verleden tijd, aan de grote kerkgemeente, maar vooral aan wat ze nu vormen, een groep mensen waar vol bewondering en genegenheid naar wordt gekeken en geluisterd.
San Isidoro, we zijn hier al zo vaak geweest en ik had geen idee wie deze heilige was. Dus vanmiddag heb ik in Wikipedia gezocht. De heilige Isidorus was in de 7e eeuw bisschop van Sevilla, een tijd waarin Spanje tot het Visigotische rijk behoorde. Ondanks al die barbaren en temidden van de teloorgang van de klassieke cultuur heeft Isidoro een groots werk geschreven, de Etymologiae, geschreven, een kloek encyclopedisch werk van 20 delen waarin hij de belangrijke citaten uit antieke werken verzamelde en dat de Wikipedia werd voor de 1oe eeuwse en latere monniken. Daarnaast heeft hij ook een soort Short history of Everything geschreven, een werk over astronomie en andere natuurhistorische onderwerpen, een mystiek werk over getallen en een Chronici Majora, een universele geschiedschrijving. Er zijn schrijvers die met minder genoegen moeten nemen. Zijn roem was groot en hij heeft een paar concilies voorgezeten waarin het Arianisme, de toenmalige godsdienst van de Goten tot het einde der tijden werd verdoemd. Daarna zegevierde het katholicisme en werd Isidorus in latere eeuwen tot kerkvader gepromoveerd.
Terwijl ik dit las vroeg ik mij af waarom deze kerk in Léon naar de Sevillanse bisschop is vernoemd. Maar ook die vraag wordt door Wikipedia beantwoordt. In de 11e eeuw, op een moment dat de Arabieren in Andalucía werden belaagd door christelijke ridders uit Navarra en Léon, werd een deal gesloten waarbij de vermeende stoffelijke resten van Isidorus aan Fernando I, de koning van Léon, werden gegeven. De koning en vooral zijn vrouw Urraca zagen hiervan het belang en hebben ter ere van Isidoro een Romaanse kerk laten bouwen. De Camino bestond in die tijd al (meer dan 1000 jaar geleden…) en het aantal pelgrims dat Léon bezocht steeg spectaculair na de inwijding van de kerk.
Dan nu een aards detail. We wilden hoe dan ook een stempel van deze kerk (van onze kerk) in onze credenciales hebben. Daarvoor zit in sommige kerken een persoon bij de ingang die alles stempelt wat hem voorgehouden wordt. Maar niet in de San Isidoro. De kassier van het aangrenzende museum vertelde ons dat we de stempel in de sacristia konden halen. De sacristia, waar ligt dat? Natuurlijk was het niet aangegeven maar na wat zoektochten belandden we met een dame van de kerk achter de dichte, dikke deuren en kwamen we in het complementaire San Isidoro universum waar ze een stempel uit één van de bureau’s haalde. Bam! Bam! Daar stonden ze, onze trofeeën!
de stempel (zie top van de blog)
In de avond liepen we terug naar ons hotel. San Isidoro lag in het duister, een priester stond bij de ingang, verder was niemand te zien. De kerk was nog open en we stapten door een kleine deur in de grote toegangsdeur naar binnen, precies zoals we dat in de afgelopen jaren hadden gedaan. Had de priester ons herkend?
Het is helaas een uitzondering geworden; een kerk die ’s avonds geopend is. De San Isidoro is dan veel donkerder, het schip, de banken, de pilaren zijn nog maar vaag te onderscheiden, er zitten een paar mensen in de kerk maar die houden zich muisstil. Alleen het altaar is verlicht en diens bloedrode schilderijen zijn te zien vanuit de hele kerk. Zachtjes loop je door het schip, kijkt omhoog, naar de tanden van de grijnzende wolven, je ziet het jammeren van degenen die worden afgevoerd, en daarna kijk je weer naar de rode gloed vooraan. Stilte, niets te horen, denk na, hier zijn we, op de Camino, op onze plek, straks gaan we weer verder maar nu willen we hier zijn, hier horen we, dit is onze plaats.

La grande Bouffe

de Spaanse Arie Boomsma op de Camino met een prima fruittent

Eten op de Camino, dat is een dingetje. Je hebt als pelgrim elke dag twee zorgen (1) waar ga ik slapen en (2) waar ga ik eten. In Frankrijk was vraag 2 eenvoudig beantwoordt: je eet bij de eerste bar of het eerste restaurant dat je ziet want buiten de steden is de kans klein dat je nog een tweede zult tegenkomen. Op de grens met Spanje struikel je dan in een luilekkerland, overal barretjes en albergues die een Menu Peregrino aanbieden voor minder dan 15 en vaak zelfs voor minder dan 10 Euro. Prijzen waarvoor je in Nederland nog geeneens de daghap van een eetcafé kunt krijgen.

Let op: Menu Peregrino’s worden niet alleen in pelgrim albergues aangeboden. We hebben zo’n menu in een 4-sterren hotel in Burgos gegeten en ook de Paradores (luxe staatshotels) langs de Camino bieden ze aan. Dan zit je aan een tafel met een linnen kleed, word je net zo goed bedient als de andere gasten en staat een fles rode wijn en een fles water op tafel.

We stonden soms stomverbaasd van de kwaliteit. Als iemand binnenkort naar Noord-Spanje gaat: op een dag stopten we in Atapuerca, een gat vlak voor Burgos. 100 huizen, niet meer, een paar casa rurales en wat albergues. En het restaurant Como Sapiens, een modern etablissement dat alleen de menu peregrino serveerde, een drie gangen menu met meerdere keuzes. En een fantastische wijnkaart (Tim is wijnliefhebber) dus de huiswijn werd door een ander flesje vervangen. 40 pelgrims met 80 Teva sandalen zaten in de zaal. En wat een eten! Die jongens kunnen met eenvoudige ingrediënten heerlijke maaltijden maken. Wij komen daar ooit terug, met een huurauto.

Of zoals vandaag, we liepen al een paar uur en zagen voor ons een opstopping van pelgrims. Stond daar een stal van een Arie Boomsma-achtig persoon, zeer vriendelijk, met biologische vruchtensapjes en vers fruit. En zen-meditatie kleedjes. Of zoiets. Zonder een kassa maar met een donativo-pot waarin je gooit wat je ervoor over hebt. We hadden dorst en de bananen kwamen ook op tijd dus na een goede donatie liepen we verder.

Eten21

Monique bij de vitaminen

Maar soms eten we elders, zoals vandaag bij Casa Maragata in Astorga. Casa Maragata had één vast menu. Geen Menu Peregrino maar een standaard menu met het beste van de Cocido Maragato? In het lokaal zagen we geen andere pelgrims, hier zaten we met de locals. Het werd een gedenkwaardige lunch. We voelden ons acteurs in de film La Grande Bouffe uit 1973 waarin 4 of 5 mannen zich doodeten. Eerst een schotel met tig-soorten vlees. Voor het eerst van mijn leven heb ik varkenspootjes gegeten. Je kunt ook zonder die ervaring het graf ingaan. Daarna waren we al redelijk gevuld. Vervolgens een schotel met in bouillon bereidde kikkererwten en gestoofde savooiekool. Oeps, dit is eigenlijk al voldoende. Maar toen zette de ober een terrine op tafel met kalfsbouillon en vermicelli. En vervolgens nog een custard. Plus een koffie. Burp. De erwtjes dreven in de slokdarm, we maakten een rustige stadswandeling, we hebben niet gebukt en het diner sloegen we over.

Eten23

de cocido maragato is populair in Astorga

Morgen eten we weer een kippenpoot met een gemengde salade. Aan een lange tafel met andere pelgrims, in Hostal Convento de Foncebadón, vlak voor Cruz de Ferro. Het is een adres dat we in onze gids zagen en waarbij we een kamer gereserveerd hebben. Is het een klooster? En moeten we inderdaad, zo schrijft de gids, al om 7 uur ’s ochtends vertrekken (NEE toch!).  We houden jullie op de hoogte.

Nog twee tips voor zondag 22 mei:

  • Komt allen naar de Noorderburenmarkt in het Noorderplantsoen in Groningen waar locale ondernemers zich vanaf 12 uur op een gezellige markt  presenteren! (www.noorderburengroningen.nl)
  • Op NPO2 is bij Kruispunt om 23.05 uur weer een aflevering van “Verhalen van de Camino” waarin Wilfred Kemp pelgrims op de Camino aanspreekt, die soms tot diepgaande en onroerende gesprekken leiden met mooie beelden van het Camino-landschap.

Lopen langs de N-120

het vertrek uit Léon, alles is nog mooi….

(Léon -) San Martin del Camino, 20 mei, 22 hr, 18 ºC, 25 km, Total: 2109 km

De Camino liep vroeger van stad naar dorp, van kerk naar klooster, over de meest zekere en makkelijke wegen. Het huidige pad volgt de vermeende historische route en voert de pelgrim over bergen, door bossen maar ook door de “lelijke” rafelranden van de stad en langs snelwegen.

N1202

ergens

Zo ook vandaag, 25 Camino-kilometers liggen vlak langs de N-120 die van Léon naar Astorga loopt. In elke gids staan alternatieve routes die je alsnog door lieflijke, romantische dorpjes leiden. Wij hebben echter de hoofdroute genomen, langs asfalt, autodealers, wegrestaurants en veel grote grijze dozen op industrieterreinen waarvan je je afvraagt wat daar binnen gebeurt.

N1203

hoera, daar is de N-120!

De N-120 is voor ons “heilige zwarte grond”. Op deze weg zagen we voor het eerst de pelgrims. Lopend langs de snelweg. Eerst links van de weg, dan haastig de weg overrennend en vervolgens rechts van de weg. Kilometers lang was de stoet die nergens naartoe leek te lopen. Langs de weg stond meermalen een bord “Camino de Santiago”. Ah, de Camino!, het boek “De Omweg naar Santiago” van Cees Nooteboom ligt in Spanje altijd bij ons op de achterbank. Ons oordeel was gelijk gemaakt: die lopers zijn knettergek, wij gaan dat nooit doen. We kamperen lekker in de Patagonische wouden! Lopen langs alpaca’s en niet langs vrachtauto’s.

Natuurlijk hadden we toen gelijk. Althans voor 50%. We lopen nu toch langs die weg. Maar we zijn niet knettergek. Dat zijn alle andere pelgrims die vandaag voor en achter ons liepen. Want die hadden ook de rustige alternatieve route kunnen nemen. Wij niet, wij liepen in de uitlaatgassen om terug te denken aan die autorit van 10 jaar geleden. En ademden de lucht nog eens diep in.

N1204

langs “onze” N-120

Kikkersnellen

Het podium

SPORT. Valverde de la Virgen, 20 mei

In Valverde is weer het jaarlijkse kikkersnellen toernooi gehouden. In deze locale sport zit de deelnemer in een wedstrijdnest en peuzelt van elke kikker eerst de kop en daarna de rest van de lekkernij. Degene die de meeste kikkers in 15 minuten doorslikt heeft gewonnen. Na een spannende strijd van meer dan 100 deelnemers werden de prijzen uitgereikt (zie foto). Derde werd Oprah (de enige dame in het veld) met 22 kikkers, tweede werd Olexander met 28 en eerste was Onassis, hij had opnieuw de meeste kikkers, namelijk 31.

In een interview na de wedstrijd vertelde Olexander dat zijn moeder hem eigenlijk Alexander had willen noemen, uit liefde voor het Hollandse volk dat zoveel nestplaatsen voor ons ooievaars construeert. Zoals bekend schrijft de locale verordening voor dat onze namen met een O moeten beginnen, de O staat reeds voorgedrukt op het aangifteformulier van de burgerlijke stand. Olexander’s ouders wilden niet wijken en daarmee is onze sympathieke en succesvolle deelnemer tot een levend protest tegen de bureaucratie geworden.

Beneden het podium staat O o (eveneens een protestnaam) beteuterd te kijken. O o had een onwaarschijnlijk aantal van 62 kikkers verslonden, dacht winnaar te zijn en klepperde luid. De jury vertrouwde het echter niet en bij inspectie bleek dat O o’s tweeling Onno en Otto ook in het wedstrijdnest zaten en hadden meegepikt.

Zoals gebruikelijk zullen restaurants tot op 20 kilometer afstand van Valverde de komende maanden geen kikkerbillen serveren.

Kikker2

deze kikker was de dans ontsprongen

16 uur Léon!

LEON inscriptie op steen in de San Isidro kerk

Vergeet Barcelona, ga niet naar Madrid, of naar Bilbao. Bezoek Léon, op zijn minst een weekend!

Leon40

the Camino enters Léon

Leon3

de kathedraal van Léon

Leon2

El Palomo in Léon met een HEEL goed maal voor 20 Euro (excl. een HEEL goede wijn van 16.50 Euro). Als Nederlander denk je door de prijzen dat dit niets kan zijn maar dan vergis je je. Dit is eten en wijn van hoge kwaliteit…

Leon30

Pelgrim Monique in Léon

Leon7

Yo!

Leon8

keurig om 23 uur weer in het hotel. Morgen weer op de Camino…

Ga eerst naar Léon en maak daarna een tour door het Bierzo wijngebied, loop door schitterende aangrenzende natuurgebieden (zoals Los Ancares), bezoek en ervaar Santiago en rust uiteindelijk uit aan het strand van Finisterre met een schaal zeevruchten en een glas Godello wijn en mijmer dan met een volle buik over de zin van het leven….

Dat is Noord-Spanje!

Klein Leed & Levenslessen

Puur wit. Abstracte kunst op een huis in de Meseta. Voor de diepste gedachten.

(Mansilla de las Mulas -) Léon, 19 mei, 15 hr, 20 ºC, 20 km, Totaal: 2084 km

Mijn excuses voor de vaste bezoeker die onze blog leest om op de hoogte te blijven van ons pelgrimsleed en de daarbij ontstane nieuwe inzichten over het doel van leven. Hieronder volgt namelijk een korte bijdrage over iets volstrekt futiels maar hoogst irritants. Laat psychologen maar analyseren wat dat zegt over onze geestelijke gezondheid.

Ik lijd onder de rommel. Rommel in mijn rugzak. Het spul dat zich heeft opgehoopt in twee plekken, als ongedierte dat zich in het bedmatras en onder de plinten verstopt.

Allereerst de rommel in de bovenklep van mijn rugzak, hier is al het kleine grut verzameld en al bij het eerste inpakken veranderde het in een grote samengeklonterde brij. Stekkers, accu’s, pen, boekjes, een bestekset, blikjes paté en ander spul zijn verstrikt in een grote kluwen die telkens op de grond valt als ik het probeer te ontrafelen. Het voelt als een volgestouwd tuinhuisje of zolder waarin hoge stapels omvallen als je het fotoalbum van opa en oma zoekt. Ik zoek echter dagelijks op deze zolder en raap iedere keer de spullen van de grond. Grrr.

Dezelfde ergernis heb ik met de WC-tas. Zo’n handige tas met allerlei vakjes waarin tubes, flesjes en borstels gepropt zijn. Wat ik had gekocht bij SPAC-sport zou een superieur ontwerp zijn voor de veeleisende buitensporter. Maar ik vind nooit wat ik zoek. Met een slaperige kop graai ik eindeloos in de tas voordat ik het scheermes of het flosdraad in mijn handen houd. Normaliter, als ik een paar dagen in een hotel slaap, leeg ik de tas en zet alles naast het wasbekken. Maar nu, tijdens de Camino, kan dat niet. De badkamers zijn te klein, er is geen plank waarop we ons spul kunnen neerzetten. En dus grom ik elke ochtend totdat ik al het rotspul heb gevonden en daarna opnieuw in de WC-tas heb gekwakt. Grrr.

Je ziet, het leven van de pelgrim is vol hindernissen maar, op deze uitzondering na, klagen we niet.

Opmerking van lezer: “Opmerkelijk Tim. Heel bijzonder en interessant. Hoe verzin je het en wat een tegenslag. maar wat kan ik hiermee?”

Nou vooruit dan. Om aan de teleurgestelde, hoogeisende blog-volger tegemoet te komen probeer ik uit deze kleine strubbelingen wijze levenslessen te destilleren.

Zoek de chaos en plan zo weinig mogelijk. Ga je leven niet als een persoonlijk project managen. Het leven is immers hoe je reageert op onverwachte mogelijkheden en tegenslagen. Ik graai in mijn bovenklep en het-is-niet-waar! daar vind ik een vergeten reep chocola. Lekkerrr! kunnen we toch nog 10 kilometer verder stappen! Of je loopt door de stad en ziet daar plotseling prachtige schoenen (hm, maar die heb ik  nog niet nodig want ik toch nog een paar…) Kopen!, want als je gericht zoekt zul je ze meestal niet vinden.

Opmerking van geïrriteerde lezer: “Tim, iets minder materialistisch svp, voor dit soort tips lees ik de Allerhande. Iets geestelijks, reinigends, verheffends”

Of je stapt op de fiets om latexverf en kwasten te kopen, rijdt door het Noorderplantsoen en ziet de vrouw van je leven. Wat moet je dan? Planning vasthouden, doorfietsen en diezelfde avond genieten van een mooi, versgestreken kamertje of….

Nawoord van lezer: Nou, ik hoop dat mijn man gewoon de verf koopt, dat had hij eigenlijk al lang moeten doen. Nu je het zegt. Maar verder heb je helemaal gelijk, ik stond laatst bij de groentestal en werd daar geholpen door zo’n vriendelijke jongen….

Naar Léon!

(Calzadilla de los Hermanillos -) Mansilla de las Mulas, 18 mei, 22 hr, 15 ºC, 24 km, Totaal: 2064 km

De groep pelgrims zit uitgelaten aan tafel. Ze hebben de Meseta overleefd. Alle weertypes hebben ze gehad: regen, hagel, wind, kou, zon, hitte. Ze arriveerden en herkenden de Meseta niet, zo groen was zij, en ze verlieten haar in de brandende zon, blij dat ze haar in mei en niet in juli passeerden.
We houden van de Meseta, de vlakte waar wegen recht tot aan de horizon lopen, waar pelgrims van de aardbodem verdwenen leken, waar we voor noch achter ons mensen zagen. Het leek hier net zo rustig als in Noord-Frankrijk.
Meseta10
op de Meseta
In een paar Meseta plaatsjes hebben we overnacht. Plaatsjes waar je niemand op straat ziet, de luiken voor de ramen hangen, alles bruin is en de lucht van hitte en krekels verzadigd lijkt.
We schuiven aan tafel tijdens het diner van een groep pelgrims.
Hai!
Moin!
Hello!
Ola!
Hoe gaat het?
Helemaal goed!
Waar ben je vandaag vertrokken?
In Mansilla nog wat, ik vergeet die namen. Hoe kleiner het gat, hoe langer de naam.
Heb je gisteren nog een slaapplek gevonden?
Ja, in een albergue. Vreselijk. Ik schoof aan in een wachtrij. Er waren te veel mensen, maar ze hebben matrassen op de grond gelegd, kon ik toch nog slapen. Het is hier veel beter.
Hé, hoe is het met jou?, tijd niet gezien!
Te gek, ik geniet, wat een ervaring!
En, in vorm?
Neee! Ik overnacht te vaak in albergues. Gisteren ook weer. Ik lag vlak naast iemand die zwaar verkouden was, de hele tijd rochelde en nieste hij. En om 3 uur was iedereen wakker!
Huh?
Er zakte een stapelbed in elkaar, niemand raakte gewond maar de vrouw op het onderste bed gilde. Heb daarna geen oog dicht gedaan. Ik lag bij de douches, om half zes stonden de eersten alweer op. Maar dat hoort erbij, ik denk dat het bij de Camino hoort om oververmoeid en met te weinig slaap verder te lopen…
Ha Friedrich, jij ook hier!
Ha Tim, wie geht’s?
Met mij altijd goed, lekker gelopen over de vlakte, het leek net alsof we in Groningen waren. En jij?
Niet goed, blaren aan mijn kleine tenen. Ursula heeft het gelukkig vakkundig verbonden maar ik loop nog niet lekker. hoe dan ook, we gaan verder. Waar is de wijn? Op Léon! Daar neem ik helaas de trein, naar Madrid, en vlieg naar Frankfurt. Naar Tübingen
Ha Julia, leuk, kom erbij, hoe gaat het met je voeten?
Hm, het gaat beter maar ik kan nog niet lang lopen, ik heb de knoop doorgehakt, ik neem de bus naar Léon, dan neem dan een dag rust en daarna start ik met mijn tocht. Ik hoop dat mijn voeten dan voldoende hersteld zijn en ik naar Santiago kan lopen.
Dat is geen straf, Léon is een van de leukste steden in Spanje!
Ik ben er nog nooit geweest maar ik wil er niet lang zijn, op 1 juni vlieg ik weer terug naar Duitsland voor een festival.
Tien van dit soort gesprekken galmen door elkaar in de Comedor van een hostal. Informeel, open, hartelijk. Je schuift bij een groep aan en je hoopt na afloop dat je ze morgen opnieuw ontmoet. En als dat niet zo mocht zijn dan wens je elkaar toch maar alvast “Buen Camino”. Wat een groep, wat een mensen, wat een geluk dat we dit beleven.
Morgen zullen we lopend in Léon aankomen. Dat is voor ons een heel bijzondere mijlpaal. Elk jaar bezoeken we onze geliefde stad maar dan met een huurauto, gaan we naar de San Isidoro kerk om daarna te eten in de binnenstad. Maar morgen is alles anders en sluipen we via een industriegebied de stad in, rechtstreeks vanuit Nederland. Rond 1 uur denken we het centrum van Léon te bereiken. Lunchtijd! en dan gaan we natuurlijk eerst naar ons adresje, een restaurant in een zijstraat met deftige maar vriendelijke obers en een vibrerende groep klanten. De twee rugzakken zullen wel ergens onderdak krijgen en daarna strekken wij de benen en gaan we aan tafel. Het is onwerkelijk, het voelt alsof we morgen een beetje thuiskomen, te voet, 2000 kilometer van huis. We overnachten in de Real Collegiata San Isidoro, inderdaad naast onze kerk zodat we ’s avonds laat en ’s ochtends vroeg de kerk kunnen  binnenstappen en de Camino ervaren en pas dan ècht de afstanden beseffen voordat we verder lopen. Ultreia.
Maar we zijn nog niet in Léon, we zitten nog in een gehucht waar je het net een middag kunt volhouden. Maar niet veel langer. Maar desondanks, pluk de dag. Elke dag.
Meseta11
op de Meseta

De roze Olifant

Hier stond ie. Echt! Diep-roze!!

(Moratinos -) Calzadilla de los Hermanillos, 17 mei, 18 hr, 19 ºC, 26 km, Totaal: 2040 km

Ik haat eBooks. Ze bedreigen de toekomst van boekhandels, mijn favoriete winkels. Stap een goede boekwinkel binnen, loop rustig langs de schapen, neem een boek en sla hem open, laat je verrassen door tips van de verkoper. Bekijk ook de werken op andere afdelingen, zoals ornithologie of de klassieke afdeling en geniet van het vernuft dat overal staat uitgestald. Voel het papier, steek je neus in het boek en ruik het papier, bekijk de lay-out, de bindwijze, de kaft. En leg daar het eBook schermpje naast. Een armzalig aftreksel met ongetwijfeld veel praktische voordelen maar een verarming van het lezen. Met een eBook neem je afscheid van de fysieke wereld, neem je een vitamine-pil in plaats van zomerfruit, heb je geen naam meer maar een SOFI-nummer. Je verliest overzicht, het doorbladeren is hopeloos, een passage snel terugvinden kan je vergeten en, voor alles, het boek is daarmee tot een data-file gedegradeerd.

De nadelen van het elektronisch boeken lezen weet ik sinds een paar weken. Als een principieël tegenstander van eBooks had ik bij vertrek alleen echte boeken in de rugzak gestopt. Die boeken heb ik gelezen en zijn teruggestuurd. Wat nu? In Franse en Spaanse boekhandels vindt je geen Nederlandse, Duitse of Engelse werken. Hoogstens een Engelse detective en wat andere junk.

Dus uiteindelijk heb ik toch een boek via iBooks gekocht, en tegelijkertijd het fysieke exemplaar bij Godert Walter besteld. Dat was de conditie waaronder ik mijzelf toestond om iBooks te downloaden.

Sinds het lezen van het eBook “Blood of Spain” van Ronald Fraser, besef ik dat een grote roze olifant in Spanje staat. Het boek is een verzameling ooggetuigenverslagen van de Spaanse burgeroorlog. Fraser heeft met mensen van beide kampen gesproken, het boek verscheen in 1979, toen waren veel strijders nog in leven. Terwijl Fraser de mensen interviewde heerste Franco over Spanje zodat de interviews voor de voormalige republikeinen een groot risico betekende. Het lukte en het resultaat is indrukwekkend, het toont de haat en de chaos van een burgeroorlog en de gruwelijke gevolgen daarvan.

Enkele zeer korte opmerkingen over de burgeroorlog. Vanaf 1920 was het hommeles in Spanje, of eigenlijk al eerder maar daarvoor moet je de boeken maar lezen. In het Zuiden (Andalucía, Extremadura) was er sociale onrust doordat het land in bezit was van enkele rijke burgers en de adel. Grote aantallen landarbeiders zwoegden tegen hongerlonen op de velden terwijl buiten de oogstseizoenen veel mensen geen werk en inkomen hadden. Ook in het Noorden namen de sociale spanningen toe door de industrialisering. Veel mensen in Catalonië en Baskenland werkten tegen een laag loon in de fabriek, vakbonden ontstonden, sommige arbeiders bleken gevoelig voor revolutionaire en anarchistische propaganda, stakingen werden uitgeroepen die soms veranderden in locale opstanden.

Noch de landarbeiders noch de arbeiders werden vertegenwoordigd in het Spaanse parlement, dit verhoogde de woede en het wantrouwen tegen de heersende klasse. Later werd de socialistische partij een belangrijke partij maar de meest extreme groepen, zoals de communisten en anarchisten hebben nooit geregeerd of zelfs aan verkiezingen meegedaan.

Dat kon niet goed gaan. In 1931 trad de koning af en kwamen een aantal zwakke links-liberale regeringen. Die hebben nog wel wat veranderingen doorgevoerd maar too little too late. Het proletariaat vertrouwde de regering niet en vond de veranderingen niet te ver gaan, de rijke bovenlaag en de militairen wantrouwden juist de veranderingen en vreesden een communistische revolutie.

De sociale onrust werd steeds feller, knokploegen en vechtploegen van linkse en rechtse snit voerden executies uit. De teerling werd geworpen door een legeropstand op 17 juli 1936 in Marokko waarbij andere korpsen zich aansloten. De regering kwam in het nauw, had eigenlijk reeds lang de controle over het land verloren en gaf op 19 Juli het bevel om wapens aan de bevolking uit te delen. Daarna is de oorlog pas goed losgebarsten, een volledige burgeroorlog met naar schatting een half miljoen doden. Navarra, La Rioja, Castillia y Leon en Galicia, de regio’s waardoor de Camino loopt, schaarden zich achter de militairen en falangisten. De republikeinen (het front van communisten, anarchisten en veel andere linkse splinterpartijen) in deze gebieden moesten hun mond houden of anders voor hun leven vrezen.

Een lange introductie. Waar blijft de door de titel aangekondigde “roze Olifant”?

Welnu, ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt dat de burgeroorlog de belangrijkste historische gebeurtenis is van Spanje in de 20ste eeuw. Dan verwacht je monumenten en plaquettes in het hele land. Zoals elk Frans dorp een monument heeft ter herinnering aan La grande Guerre.

Maar nee. Tot nu toe hebben we op onze 450 km door Spanje maar één monument over de Spaanse burgeroorlog gezien. Een oud, simpel monument voor een groep falangisten die zijn geëxecuteerd. Het staat op een bergpas, ver weg van dorpen, alleen pelgrims lopen hierlangs.  Dat is jammer. Monumenten aan de Spaanse burgeroorlog kunnen het belang onderstrepen van een verenigd land, van een goed werkende democratie, om nooit de wapens tegen elkaar op te nemen. Maar dat kan alleen als zulke monumenten de republikeinse en falangistische doden gezamenlijk zouden herdenken.

We hebben ze niet gezien. De Spaanse burgeroorlog ligt klaarblijkelijk nog altijd te gevoelig en is onderdeel van de onvoltooid verleden tijd. De roze Olifant staat midden op elke Plaza Mayor, naast een ontdekkingsreiziger van 500 jaar geldeden. Maar ooit zal hij verdwijnen en zal men over de Oorlog gaan praten. Je kunt niet altijd je adem inhouden. Ik hoop dat iemand het ventiel opent en de olifant zacht en plechtig leegloopt en niet dat hij kapot klapt, door de naald van een agitator van een onafhankelijkheidsbeweging of een populistische anti-Europa troep.