Morgen zijn we in Santiago!

(Arzúa -) Pedrouzo, 31 mei, 17 hr, 20 ºC, 20 km, Totaal: 2363 km

Een zucht van verlichting ging vanochtend door de kamer van het Groninger Camino-team. Het weer was veranderd, de weersverwachting had gelijk. Een lichte mist hing in de dalen beneden ons en daarboven troonde een heldere blauwe hemel. Nog twee dagen te gaan. Twee uitloopdagen van 20 en 18 kilometers. Piece of cake, Makkie, Doen-we-effe. We begonnen aan de eerste uitloopdag en ook de andere lopers leken er zo over te denken. Het peloton was aan de laatste etappe van de Tour de France begonnen. Maar deze laatste etappe is ditmaal over twee dagen verspreid. De bars langs de route zaten vol, om 11 uur stond de wijn en het bier al op terrastafeltjes en de pelgrims glimden in de zon, van tevredenheid of de zonnecrème. We hadden het allemaal verdiend na de hoosbuien van de laatste dagen en de soms zware loopdagen daarvoor.

We hebben veel “morgens” gehad. Op 14 februari zouden we morgen in de trein stappen naar Eijsden om te beginnen aan een tocht waar we ons weinig bij konden voorstellen. De Camino. Op de TV en tijdens onze vakanties hadden we veel gezien over de Camino in Spanje maar hoe zou het leven uitzien van een pelgrim in België of Frankrijk. En zou Puck goed meelopen (ja, dat deed ze!)

Paal2

nog 105.237 meter

Op 12 maart zouden we morgen in Vézelay arriveren. Het zou een een bijzondere stad zijn, dat hadden we gehoord, maar we verwachtten vooral een klein plaatsje met veel pelgrims-winkels omdat het de startplaats is van de Camino Lemovicensis naar de Pyreneeën. We waren niet voorbereid op de spirituele klap die deze stad uitdeelt aan iedere bezoeker. Wat een serene plek, wat een prachtige Romaanse kerk. Wat een oase van rust en bezinning.

Paal4

nog 61.628 meter

Op 24 april zaten we in St. Jean Pied de Port, aan de voet van de Pyreneeën. Op deze dag zagen we voor het eerst de pelgrimhordes waarmee we de rest van de Camino Francés zouden lopen. Morgen zouden we over de pas bij Roncesvalles gaan. Dat zou geen probleem moeten zijn, we waren helemaal ingelopen. Toch?

Paal5

nog 32.853 meter

Op 2 mei zaten we in het Carlton te Logroño. De stemming was bedrukt. Morgen zouden we de huurauto ophalen om daarmee Puck naar Groningen te brengen. 1600 kilometers rijden naar Groningen, in twee dagen. En daarna hetzelfde in omgekeerde richting. Maar dan zonder Puck. Geen Puck. En toch verder lopen. Zonder Puck.

Paal6

en vandaag, nog slechts 18.500 meter

En morgen, op 1 Juni, komen we aan in Santiago. De straat die door de stad naar de Plaza del Obradoiro loopt zal onze Avenues des Champs Élyseés zijn. We gaan niet sprinten maar de emoties zullen wel door het lijf gieren. De laatste stappen, de laatste bocht naar links en dan het plein op, eerst de Parador zien en daarna de kathedraal…. Maar dat is morgen.

Paal3

 

De Puck-index

de jonge Puck (r) naast de oude wijze Job (l)

PI (lees hieronder): maximaal, hoger kan niet

(Palas de Rei -) Arzua, 30 Mei, 21 hr, 14 ºC, 30 km, Totaal: 2342 km

Ha Puck,

Het is maandag, je hebt een vrije dag, je zult je wel in je mandje omdraaien, in de middag een rondje lopen en daarna tot je avondeten doorslapen. En misschien denk je aan de heel grote wandeling die je met ons de afgelopen twee maanden hebt gemaakt.

Meisje, wees maar blij dat je in Groningen bent. Dit zou niet een gebied zijn waar jij gelukkig zou zijn. Er lopen hier veel herdershonden over de straten, die niet zijn  aangelijnd, ook van die heel grote grauwe herders, zoals de Gorilla uit Kostverloren waar jij zo bang voor bent. We kijken naar ze, lopen langs ze en we denken, het is maar goed dat jij niet aan onze voet loopt.

De paden zijn evenmin lekker, veel scherpe stenen en soms een steile helling, paden waar jij in Navarra al moeite mee had. Inderdaad, jij ligt in Groingen, geeuw maar en draai je je nog maar eens om.

En dan het weer, je zou hier met je kop tussen je schouders lopen. Af en toe schijnt de zon maar daarna komt de regen met bakken uit de hemel vallen. Al drie dagen lang. Je zou bibberend in het pension aankomen. Of we zouden opnieuw in een garage moeten overnachten omdat ze geen honden accepteren. Maar dan had je weer gewoon tussen ons in gelegen. We hadden het wel gered met elkaar.

We hebben een formule hoe leuk jij een Camino-dag vindt, de Puck Index (PI):

PI = 100* (het aantal onbewaakte etensbakjes) + 20*(het aantal uitgebreide krabbelsessies) + 10*(aantal ontvangen knuffels) – 10*(aantal grote blaffende honden) – 10*(aantal stortbuien) – 5*(aantal steile heuvels) -20*(de bodemindex)

Puck300

geen herder, maar toch, PI: negatief!

De Puck Index zou de afgelopen dagen negatief zijn maar morgen klaart het weer op zijn er minder heuvels. Hou dan ook, over een week lig je weer aan onze voeten. Dan vertellen we je alles over wat we hebben beleefd nadat we jou naar Groningen hebben gebracht. Over de lekkere hammen die hier aan haken hangen, over koeienstront op de weg (“Nee Puck, kom op, vooruit, doorlopen!”) of de haas die over het pad rende (“heeft die even geluk dat Puck er niet is”).

Nou meisje, nog een mooie vakantie bij Agnes en volgende week lig je weer op je oude vertrouwde stek in onze woonkamer.

Puck200

een gesprek tussen twee dames, PI: hoog!

De inquisiteur

(Sarria -) Palas de Rei, 29 mei, 17 hr, 15 ºC, 26 km, Totaal: 2312 km

Daar was hij weer. Sommige mensen herken je direct, ook al heb je ze lange tijd niet gezien. Hij liep 100 meter voor ons. Telefoon aan het oor en druk in gesprek. Een gesprek waar geen eind aan leek te komen. Een serieus gesprek, niet met voetbalvrienden, soms druk sprekend dan weer aandachtig luisterend waarbij het hoofd naar de stenen op het pad keken.

We hadden hem dus eerder gezien, in Navarra, drie weken geleden. Drie weken is lang op de Camino, met iedere dag nieuwe indrukken, plaatsen en mensen, veel langer dan drie weken in het normale dagelijkse leven. Ook in Navarra bleef hij in gesprek, maar op zijn hoede, als iemand hem inhaalde sprak hij zachter en bekeek de loper aandachtig. Toch had hij niet in de gaten dat ik hem stilletjes van achteren besloop voor een foto. Om hem daarna alsnog luidruchtig voorbij te gaan.

Ik wilde opnieuw een foto van hem maken. Of toch niet. Ik naderde hem zachtjes en riep plotseling in zijn vrije oor “OLA!“.

Het was, zoals Wim Sonneveld het zei,

“een géintje meneer Sonneberg”

Hij schrok zich rot, telefoon viel uit zijn handen, hij trachtte het nog te grijpen maar het ontglipte nogmaals zijn vingers en kwam in een waterplas. No!” en wat andere kwade geluiden, de telefoon was al weer uit het water. Zorgvuldig werd het drooggemaakt. En daarna keek hij mij aan. He was not amused.

“Ik ken je, ik heb je eerder gezien”. Zijn stem liet er geen twijfel over bestaan, dit zou nooit meer goed komen.

“Het zou kunnen. In Navarra?, maar doet uw iPhone het nog, het viel op de grond”

Hij liet zich niet afleiden .“We kennen je en houden je in de gaten”

chagrijnen zijn het allemaal tegenwoordig, meneer Sonneberg

wáar is de humor gebleven vandaag de dag?

“Nederlanders op de Camino hebben altijd onze bijzondere aandacht. Niet te vertrouwen. Maar we volgen ze op de voet.”

een aardigheidje, meneer Sonneberg.

Maar denk je dat ie moest lachen?

Ik was stomverbaasd maar voor ik kon reageren ging hij al verder.

“Herinner je Pamplona en Santo Domingo? We zijn goed geïnformeerd, vooral over lieden met subversieve literatuur”

(Hm, in beide plaatsen sliepen we in grote hotels, in Pamplona waren ’s avonds de handdoeken verwisseld terwijl we er niet waren. Dat was gek maar we hadden geen navraag gedaan. Zoals altijd lag een stapeltje boeken op het nachtkastje, een paar hiervan staan op de Index van verboden werken. Oppassen, dit kan serious business worden. Deëscaleren!)

“U zult het wel aardig druk hebben en met veel mensen samenwerken”

“We zijn op alles voorbereid. Ik heb contacten tot in de hoogste cirkels, ik kan onbeperkt mensen inschakelen “

(Dom, dom, dom. Tim, probeer een verbinding te maken)

“Gaat u ook naar Palas del Rei?”

“Natuurlijk, iedereen loopt daarheen. Waarom?”

“Vanavond wordt in de kerk een uitvoering gegeven van Gesualdo. De Tenebrae, prachtig donkere muziek, maar u zult het wel kennen”

“Natuurlijk”

“We hebben zijn geboorteplaats bezocht, Venosa, in het Zuiden van Italie, maar veel mensen die ik daar ontmoette hadden nog nooit van hem gehoord”

“Een schande. Dat komt doordat kinderen niet meer naar onze scholen gaan. Dat zouden ze in Italië beter moeten aanpakken, in Nederland ook overigens”

(ik ruik gefrustreerde ambities…)

“Wat vindt u eigenlijk. Is de Camino niet verwaterd tot een gewone wandeltocht? Ik moet stempels bij bars en restaurants halen alsof het een vierdaagse is”

Sonneberg2

een Credencial stempel in een bar

“en busladingen toeristen wandelen een dagje mee. Inderdaad, het gaat allemaal veel te gemakkelijk. Er moet meer ascese komen. En toewijding aan de Roomse zaak”

“en geen mensen die, zoals wij, in pensions en hotels slapen?”

“inderdaad, de pelgrim moet weer in kloosters overnachten. Een stuk brood, wat soep en een glas wijn. Om 9 uur naar bed en om 6 uur opstaan. En daarna eerst de mis bijwonen voordat ze gaan lopen.”

“en elke bar die nog een stempel durft te zetten in een Credencial wordt geëxcommuniceerd. Maar het wordt anders en dat zal sneller gaan dan iedereen denkt.”

(ik rook nieuws)

“wat bedoelt u, gaan de regels veranderen?”

“wacht 25 juli af”

“de verjaardag van Jacobus”

“NAAMDAG van Jacobus, jij ongelovige Hollandse rat. Als de Hoogste naar Santiago komt zal hij het openbaar maken. Dan zullen wij van jullie Hollanders, Denen, Engelsen, Chinezen, Koreanen en al dat andere ongelovige spul verlost worden”

“de Hoogste, kom de paus hierheen?”

“Doorlopen jij! Waarom spreek ik eigenlijk met jou! Laat ik je niet meer zien. Zeker niet in Santiago want anders zul je in de kerkers eindigen, samen met die Diderot van je!”

Een gezellige discussie was niet meer mogelijk, ik liep verder.

“Pas maar op, minder dan 75% van de pelgrims haalt de eindstreep, je weet nu wat met de anderen gebeurt!”

ik heb de NRC, De Volkskrant en Trouw gebeld met dit nieuws. Zodat half Nederland nog naar Santiago kan lopen voordat de slagboom bij de Spaanse grens naar beneden gaat. Ze hebben het niet geplaatst, ze wilden een tweede bron hebben die dit nieuws kon bevestigen. Maar nu hebben jullie het van mij. Pak je rugzak en ren naar Santiago voor de Compostela. Voordat het te laat is.

Melancholie

(Sarria -) Portomarin, 28 mei, 22 hr, 13 ºC, 25 km, Totaal: 2296 km

Galicië is groen en we weten inmiddels hoe dat komt. Met regen werden we wakker, door hoosbuien hebben we gelopen, bij stortbuien hebben we gedineerd. Het is niet erg, althans dat houden we onszelf voor. Je zou Galicië niet kennen als je Santiago bereikt zonder een druppel neerslag. We zagen wolkenflarden over heuvels scheren, zagen het land branden onder het fel oranje licht van opklaringen en liepen tussendoor in colonnes van allerlei kleuren poncho’s.

Portomarin1

op weg naar Portomarin

Nog 95 kilometers moeten we lopen, we weten het precies, de afstand tot Santiago wordt vaak aangegeven. De 100 kilometer barrière namen we geruisloos. In de RKK uitzending “Verhalen van de Camino” zagen we joelende pelgrims rondom een 100 km paaltje. Maar dat was weggehaald zodat we het paaltje 100.528 km passeerden en daarna geruisloos het volgende paaltje, 99.970 km, bereikten. Geen krans, geen bloemen.

Nog maar 4 dagen lopen. Vier dagen zijn veel als je een week vakantie hebt maar lijken niets na een tocht van 100 dagen. Dan ben je met je gedachten al in Santiago. Waarvan we niet weten wat zich daar zal afspelen en hoe het ons zal raken. Aankomen op de Plaza Obradoiro, de kathedraal in lopen, de Compostela halen.

Portomarin2

in Portomarin

Maar we genieten in “onze” pelgrimsgroep van de mensen met wie we dagelijks naar de volgende halteplaats lopen. Ook vandaag zagen we overal bekende gezichten, op het dorpsplein, in de bar en in de kerk. Nieuws wordt uitgewisseld, een mede-pelgrim schuift aan bij het avondeten, een andere pelgrim zal morgen echt stoppen met roken. En vertelt waar je moet eten. En soms gebeuren wonderen. We stapten ‘s ochtends een bar binnen en zien twee Franse bekenden. Of eigenlijk: zij herkenden ons en schrokken omdat ze Puck misten (Puck…, onze heldin…). We hadden elkaar voor het laatst ontmoet op 4 april, in de Limousin, in een majestueus kasteel waar we onze ogen uitwreven… is dit hier de pelgrimsherberg? We zijn inmiddels 1000 kilometers verder en kijk!, ze staan weer voor ons. Dat zijn de verrassingen van de Camino! En ze spreken over Rita, een Belgische pelgrim met wie we dagenlang hebben opgetrokken, we horen dat zij in Fromista (“slechts” 350 km geleden) lelijk is gevallen en moest opgeven. Arme Rita!, we hebben niemand gezien die zo van de Camino hield. Ze had geen haast, genoot van het landschap en van de mensen langs het pad. Wij snelden eens in Les Landes door de regen langs een bankje, Rita zat daar, verstopt in haar poncho en luisterde naar de vogels. “Stop eens, niet zo’n haast, hoor eens, wat een muziek!”. Een levensles wordt soms in een paar woorden gegeven.

Ja Rita, we genieten van het hier en nu, van Portomarin. Santiago? Dat is pas over 4 dagen.

A Tale of two Cities + Citroenspaghetti

Calle de Diego Pazos, Sarria

Sarria, een plaatsje met twee gezichten. De Rua Mayor is het ene gezicht. Hier loopt de Camino. Gele pijlen op de muren. Nog 110 km. De ene albergue ligt naast de andere. Afgewisseld door een bar met een menu peregrino voor 10 Euro. Voertaal: engels. Etenstijd: 7 uur. Publiek: pelgrims.

Sarria1

Rua Mayor, Sarria

500 meter verder ligt een andere stad. Sarria. We zochten hier een enoteca. Tim werd gek. Ziet na 3.5 maanden (3800 kilometers lopen en rijden) de eerste Alfa Brera en 200 meter verder een zaak die Die Zeit verkoopt. Ligt in Groningen elke zaterdag op tafel, al 25+ jaar. Met Die Zeit Magazin.

Alfa2

Volgers: check onderstaande link voor een super recept voor spaghetti al limone. Ga zaterdag naar de Vismarkt en de Basaarz, koop biologische citroenen en goede spaghetti. En gezouten boter. Dit is het eerste gerecht dat we in Groningen zullen eten:

Spaghetti al limone

 

 

Groen Galicië

(Triascastela -) Sarria, 27 mei, 16 hr, 19 ºC, 19 km, Totaal: 2271 km

We zitten achter de O Cebreiro pas, we zijn in Galicië! De laatste provincie van het laatste land. Het is niet meer ver tot Santiago, nog maar 110 kilometers. Sarria, stad van twijfelaars, wil je een Compostela ontvangen in Santiago maar kan je niet kiezen, wil je ook nog zo veel andere dingen doen, reis dan naar Sarria. Want de clerus in Santiago bepaalde dat je tenminste 100 kilometer moet lopen en daarmee voldoet Sarria net aan de eisen. Veel Spanjaarden nemen een lang weekend, reizen hierheen, lopen het stuk en zetten de compostela trots op hun cv.

Galicie5

Galicie, het groene land, het natte land, het verre land.

Weersvooruitzichten voorspelden al twee dagen regen maar we werden slechts nat van het zweet. Morgen is de kans op neerslag 100%. Dan kan het alleen maar beter worden.

Galicie6

Het land van keuterboeren en de doedelzak, van inktvis en de worst. Van pittige worsten met veel vet en kruiden.

Galicie10

Van paden die lopen tussen eeuwenoude steenmuurtjes. Het land van de Camino. Waar alles naar Santiago wijst, waar je nog nooit zoveel pelgrims hebt gezien.

Galicie7

Santiago heeft zich dus al gemeld. Nog maar 5 dagen lopen, want we lopen de resterende kilometers in korte etappes en slapen in plaatsjes waar alle andere pelgrims ook overnachten.

De voortgang op de Camino wordt nergens zo nauwkeurig en zo vaak vermeld als hier. Om de 10 minuten zie je een paaltje met de afstand tot Santiago. Vermeld tot op de meter. Kloppen die nummers? Natuurlijk!

Galicie2

De horlogefotograaf

geen Zwitsers precisiewerk

(Lagunas de Castillia -) Triacastela, 26 mei, 21 hr, 17 ºC, 24 km, Totaal: 2252 km

Je ontmoet veel soorten pelgrims op de Camino, ieder zijn eigen Camino (ik citeer opnieuw onze wijze pelgrim Paul), we hebben personen gesproken die uit diep religieuze redenen op pad zijn gegaan tot aan studiegroepen voor wie de Camino een aantal studiepunten maar vooral veel bier betekende. Zoals altijd zijn de meest bijzondere mensen gecamoufleerd als doodnormale burgers.

We stopten vandaag in Fonfría, vlak na de O Cebreiro pas, het etablissement was akoestisch in beslag genomen door een groep Amerikanen die dachten dat iedereen geïnteresseerd was in hun conversatie. We vroegen een stel of we aan hun tafeltje mochten zitten, het was een Zwitsers echtpaar. De gebruikelijke informatie werd uitgewisseld, ze waren gestart in St. Jean Pied de Port en zouden, net als wij, tot aan Santiago lopen. De wereld was overzichtelijk, de Nederlander werkt voor Philips, de Zwitser werkt voor een horlogehuis. Zijn vrouw had een Zwitsers fortuin aan haar pols hangen, Hansl (ik noem hem Hansl, ik had beloofd zijn ware nam niet te noemen) droeg geen horloge.

Natuurlijk had hij onze uurwerkjes al gezien, zijn ogen zag ik even naar de Zwitserse Mondaine van Monique gaan, zonder verder commentaar. Bij de MeisterSinger, een horloge zonder een minutenwijzer keek hij verheugd op. “Dat is het beste horloge voor de Camino, daarmee kan je je ontspannen”.

We hadden hun wat over Groningen verteld, over de Vismarkt (is er een betere markt in Nederland?), over de Machedoux geitenkaas (is er een betere kaas in Nederland?) over de haring van Giel en Gré aan de Kraneweg (opnieuw: is er een betere haringkraam in Nederland?) en over de RUG (ja, er is een betere universiteit).

Daarna nam Hansl het woord. Hij had weinig tijd, hij keek op de klok. Hij verzamelde typemachines, van Underwood, hochqualitativ mechanische Geräte, hij had er 23. Niet om naar te kijken maar om op te tikken. Boeken uit te tikken.

Was meinst du?

Hansl kocht een boek en las het door het na te typen op achtereenvolgens meerdere apparaten. Een van zijn grootste en oudste apparaten was voor het voorblad, andere waren opgesteld voor de colofon, de tekst en het notenapparaat. Hij las en hij typte, de papiersoort was zorgvuldig uitgekozen. Bij fouten moest hij de pagina opnieuw typen, en opnieuw lezen.

Hij keek opnieuw naar de klok en dicteerde dat hij ook metronomen verzamelde, een van de meest miskende apparaten. Zonder metronoom geen ritme, geen houvast, geen basis. Elke metronoom was anders, uit de tik kon je de kwaliteit afleiden. een droge klik of een vettige klik, met een korte of lange nagalm, een kil metalen of een warme klank. Verzamelaars hielden het apparaat bij hun oor en luisterden minutenlang voordat ze een beslissing over de koop namen. Niets ergers dan een veiling bij Christies waarbij je je op de kijkdag niet met de metronoom in een stille ruimte kon terugtrekken. Hij stond op en probeerde voor te doen wat hij bedoelde. Luister, soms hoor ik apparaten die doen Tik-tak-tik-tak DAT IS TOCH WALGELIJK (zelfs de Amerikanen keken nu op) en slechts een enkele keer klinkt het meer als tsik-tsjak, tsik-tsjak. Maar ik wil tsik-tesjak, tsik-tesjak horen. Het instrument is voor mensenoren gemaakt, niet voor machines. Toch? Het werd onprettig, zijn vrouw had nog nauwelijks iets gezegd. Maar Monique vroeg net of zij ook had genoten van het uitzicht op de O Cebreiro. Dat had ze, en ze begon over de O Cebreiro en een boek van Paulo Coelho te praten. Ik keek naar Hansl, het ging niet goed.

Het was ongeveer half twee, Hansl zat en keek naar de klok. De klok stond tegenover zijn stoel, alsof hij de kat was die een meesje hypnotiseerde. Tien over half twee, Monique en zijn vrouw, Greta, hadden de Caminogids opengeslagen en praatten welke route ieder had gelopen. Hansl zat op zijn stoel en keek naar de klok. De vrouw wierp een blik op hem en hun rugzakken.

13.49. Hansl staat op en loop naar een rugzak, pakt meerdere credenciales (de boekjes waarin je de stempels van de kerken en de overnachtingsadressen verzamelt om daarmee de kerkelijke autoriteiten in Santiago te overtuigen dat je toch echt de Camino hebt gewandeld) en loopt naar de balie van het restaurant. Hij staart naar de wijzerplaat. Monique en ik volgen de secondewijzer.

13.50.00

De credenciales liggen opengevouwen op de balie.

Hansl heft de stempel van de zaak, het rode ding schiet door de lucht, zijn hand houdt het omklemt, daarna valt het als een dode duif en nadert het papier van de credencial. Ka-bam. En daarna op het stempelkussen. Ka-bam. En daarna op de credencial. Ka-bam. En weer op het stempelkussen. Ka-bam. Het gaat maar door. Elke seconde ramt de stempel op de balie. Ka-bam. Als een Zwitsers horloge. Ka-bam. Ik hoef de credencial niet te zien Ka-bam, ik weet dat de stempels keurig gecentreerd in de vakjes van de credencial staan Ka-bam, hier wordt Zwitsers precisiewerk verricht Ka-bam.

Zijn vrouw staart en zegt niets, niemand zegt iets. Deze man is gek. Overspannen, op zijn minst. Daag hem niet uit. Doe niets

Ka-bam. Ka-bam. Ka-bam.

13.51.00

Hansl stopt plotseling. Vouwt zijn credenciales op en pas als hij terug naar de tafel loopt heeft hij in de gaten dat iedereen naar hem kijkt.

We praten nog wat met zijn vrouw Greta. En horen dat Hansl geen uurwerker is maar een fotograaf. Dat hij PR-foto’s van horloges maakt voor luxe firma’s die iedereen kent. Horloges worden tikkend bij hem afgeleverd. Hij als eenvoudige fotograaf mag er niet aankomen. Zijn foto’s komen in de brochures. En de horloges in de brochures staan altijd op 10 voor twee, 13.50. Elke keer opnieuw liggen 10, 15, 20 horloges naast elkaar in de studio, alles is van te voren goed belicht. En om 13.50.00 start Hansl met zijn dagelijkse reportage. Van één minuut.

 

Ogen wijd open

de hel, om 17 uur

(Villafrance del Bierzo -) Laguna del Castillo, 25 mei, 22 hr, 26 km, Totaal: 2228 km

Ik slaap nooit in een vliegtuig. Ook niet tijdens intercontinentale vluchten. Ik zit naast een huilende baby, of een hoestende en proestende medepassagier of bij een scherm dat de hele vlucht films vertoont. Ook op een plek met veel beenruimte en voorzien van oordoppen, oogbedekking en een nekkussentje blijf ik wakker.

Ik heb het opgegeven en neem nu veel leesvoer mee naar de cabine. Bij het opstijgen open ik een boek en lees tijdens de nachtvlucht in één ruk door. Ik herinner me nog dat ik tijdens een daling me door de laatste pagina’s van een boek van Graham Greene haastte. Ik was net op tijd, kon het boek dichtklappen toen het landingsgestel de grond raakte. Maar soms wint het vliegtuig en is het boek nog niet uit wanneer de motoren zwijgen. Dat wordt dan gedurende de verdere reis, tijdens de late avonduren, mijn dunne lijntje naar Europa.

Hoe anders is het in een trein. Vooral de nachttrein, met coupé’s, slaapbanken en het liefst nog een piepklein wasbekken is een genot. Altijd feest, onafhankelijk of ik nu wel of niet slaap. Slapen in treinen is echter nooit een probleem. Ik kan niets verzinnen dat je sneller in slaap laat sukkelen dan treinmuziek. De continu hypnotiserende golven van gepiep, gekraak en gekletter, begeleidt door de  ritmische baslijn van de rails brengt je – success guaranteed– in de dommelfase. Soms opgeschrikt door de fluit van een conducteur (huh, waar zijn we?), deuren die dichtslaan en een gekraak alsof het gevaarte uit elkaar wordt getrokken. En daarna tikt de rails weer in de maat en zakken de oogleden opnieuw.
Soms wil je gewoon niet slapen in de trein. Schuif je het gordijn omhoog en staar je naar buiten. Koplampen van een eenzame auto over de weg. Waar gaat die auto heen? Is het een arts op weg naar een bevalling?, een familielid onderweg naar een sterfgeval? Of je kijkt hoe het regent in trieste verlaten straten Daar woon ik gelukkig niet, een bestelbusje die in het donker de trein inhaalt, fietsers die door de regen ploeteren. En daarna draai je je om, is het twee uur later en een wonder is geschiedt want plots is het droog en schijnt een rozekleurige dageraad door de coupé. Kinderen rennen uitgelaten langs de spoorlijn naar school. Tijd voor een kop druppelkoffie, de trein sukkelt het station in en jij loopt door de ontwakende stad.
 Spaalzaal2
de toegang tot de slaapzaal
We liggen in de Albergue van Laguna de Castilla, een gehucht 2 kilometer voor de O Cebreiro pas; de poort naar Galicië. In een ruimte ter grootte van een studeerkamer staan 4 stapelbedden. Iedereen ligt al in bed, de lichten zijn uit, dit is het resultaat van een lang toneelstuk dat om 6 uur ’s avonds begint met een diner, dan wordt voortgezet met een koffie aan de bar waarbij de gedachten van de aanwezigen al afdwalen naar hun slaapzalen. Daar, aan de volgende tafel, zit het stel dat naast ons slaapt. Van haar zullen we geen last hebben maar die man vertrouw ik niet. Het kan een SNURKER zijn.
Spaalzaal1
bar van albergue, met zenuwachtige pseudo-slapers
Om 9 uur, het is hier dan nog licht, lopen de eersten naar de slaapzalen en installeren zich met een boek of iPad in hun bed. De vlucht uit de bar gaat verder totdat iedereen de slaapzaal heeft bereikt en het licht uitgaat. Het is nog voor tienen. Men spreekt nauwelijks in de schemering, Ik ben zenuwachtig, jullie ook? Iemand bindt er geen doekjes om en lijkt direct in slaap te zijn gevallen, zijn ademhaling is luid te horen. Na een paar minuten krijgt de ademhaling een donkerder ondertoon en daarna klinkt al snel de eerste rochel. Een SNURKER! In andere bedden hoor ik gerommel, ook zij hebben het gehoord maar niemand zegt iets. Zucht. Dit is het lot van de pelgrim, in ieder geval van de pelgrim die van albergue naar albergue loopt en in slaapzalen overnacht. Hoeveel procent van de mensen snurken? Als je dat weet kan je eenvoudig de kans berekenen dat in een slaapzaal met 8 personen niemand snurkt. Het percentage snurkers ken ik niet maar ik weet wel dat de kans op 8 niet-snurkers miniem is, de Snurker ligt steeds op de loer en slaat telkens toe.
Stel je toch voor dat je de Camino loopt en 30 dagen in slaapzalen overnacht. Na 5 dagen moet je uitgeput zijn. Misschien bereik je een toestand waarin je immuun wordt voor snurkers. Ben je zo moe dat je altijd slaapt. Ik weet het gelukkig niet.
Ook het einde van de nacht is een feest op de slaapzaal. Tussen 5 en 6 uur staat de eerste op. Joost mag weten waarom iemand zo vroeg opstaat voor een dagtocht van 25 of 30 kilometer. Maar sommigen doen het. En met één schaap over de dam gaat het snel, om zeven uur staat iedereen naast zijn bed of bij de bar voor een ontbijt en om half acht uur liepen we vanochtend al richting de O Cebreiro pas. Romantisch, zo’n pelgrimstocht.
Geschreven op de iPhone tussen 22.00 en 22.45 uur, begeleid door een steeds gevarieerder wordend orkest van geblaas, gegorgel, gefluit en zaag geluiden. Zij die niet slapen groeten u.
P.S. we hebben ALLE overnachtingen tot en met Santiago geboekt. Nooit meer op een slaapzaal!

Bierzo, Wijn & Toeval

de pelgrim, bij de brug van Villafranca

(Ponferrada -) Villafranca del Bierzo, 24 mei, 23 hr, 13 ºC, 25 km, Totaal: 2202 km

Villafranca del Bierzo. Elf jaar geleden zou dit voor ons een naam zijn zoals “Carrion de los Condes” of “Calzadilla de los Hermanillos”. Spaghetti in je mond. En na een dag alweer vergeten.

Villafranca10

Mencía wijngaarden bij Villafranca

Maar in de afgelopen tien jaar zijn we hier vaak geweest. Voor één nacht, na 500 kilometers rijden vanuit Madrid, op weg naar nationale parken in Galicia, Asturias, of Castilla y Léon. Het is een mooie stadje en “ons” hotel ligt aan de Plaza Mayor. Hier keken we de afgelopen jaren met bewondering naar de pelgrims die ’s middags op de Plaza een wijn dronken. Altijd vrolijk en vol energie. De volgende ochtend waren ze echter allemaal verdwenen. Niemand meer te zien. Dat begrijpen we nu. Want wij staan tijdens een vakantie normaliter na 9 uur op terwijl pelgrims om 8 uur al onderweg zijn.

Villafranca3

Monique, valk bij ons hotel

Maar nu zijn wij dus ook pelgrims en hebben we vandaag voor het eerst op een terras van de Plaza Mayor gezeten. Na een echte Camino verrassing. Eva Marie en Gerhard uit Paderborn hadden we voor het laatst gezien in Navarra, 400 kilometer van Villafranca. Puck liep nog met ons mee maar we hadden al besloten om onze heldin naar Groningen te brengen. En tsja, Puck was een vriendin van Eva Marie en Gerhard die bij ons in een albergue overnachtten. Wij haakten af in Logroño, reden naar Groningen, terwijl onze beide Duitse vrienden verder liepen. En nu zien we ze opnieuw, toevallig, op het plein van onze stad, vlak voor “ons” hotel.

Villafranca1

graffiti in “Weinstadt” Cacabelos

Tim’s Molsvacht

foto van Robert Capa uit 1936, tijdens de Spaanse revolutie

Waarom ga je op de Camino? Om te genieten van de kunst en de toestand van Europa te peilen. En te denken over een aantal zorgelijke ontwikkelingen. Een nieuwe aflevering in een serie die uitsluitend de mening van Tim weergeeft.

De Spaanse & Syrische Burgeroorlog

De Spaanse burgeroorlog fascineert en de meest interessante fase lijkt mij de periode voordat de gevechten uitbraken. Want daarna ontvouwde zich de horror zoals in elke oorlog, was de wet van oog-om-oog, tand-om-tand weer ingevoerd en bleek elk kamp een percentage sadisten en gemankeerde leiders te herbergen. Nee, ondanks de beschrijvingen van de straat- en staatsterreur is de vraag die elke keer opnieuw terugkeert “hoe heeft het zover kunnen komen dat broers, buren en kennissen elkaar uitmoorden?”.

De vraag is dramatisch, het antwoord is van een ontnuchterende eenvoud. Omdat onder de bevolking twee grote bewegingen opkwamen die elkaar het licht in de ogen niet gunden, die elkaar slechts wilden afmaken. De communisten en anarchisten wilden de katholieke kerk ausradieren, kerken en kloosters in de fik steken en de aanwezige priesters en nonnen neerschieten en/of verkrachten. Voor de carlisten en falangisten waren deze atheïsten het ongedierte dat in het vuur moesten creperen en daarmee moest je niet wachten tot in het hiernamaals. Er ontbrak in 1920-30 in Spanje een figuur met voldoende autoriteit die beide kampen nader tot elkaar kon brengen. En zo werd het land gegijzeld door het wraakzuchtige scenario van deze twee extreme kampen. And the rest is history

Deze van wraak en bloed doordrenkte pre-revolutionaire toestand is niet uitzonderlijk. Dezelfde situatie, met welhaast een nog grotere haat tussen het proletariaat en de bezittende klasse, heerste in het tsaristische Rusland van voor 1918. Of in het Frankrijk toen de Bastille werd bestormt en Robespierre zijn terreurbewind uitoefende.

Wat er ook gebeurt, onder de bevolking moeten enkele fundamentele waarden gerespecteerd worden. Anders kan de vlam in de pan slaan. In het huidige tijdsgewricht zou ik zeggen, iedereen moet de scheiding van kerk en staat erkennen, de scheiding der uitvoerende machten, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van organisatie en discriminatie op geloof, seksuele geaardheid of kleur verwerpen, zoals wij (we people of The Netherlands) omschreven hebben in artikel 1 van onze grondwet.

Tijdens de Camino las ik het (e-)boek “De vrijheid van de Grens”  van Paul Scheffer. Een keurige PvdA sociaal-democraat die lang geleden “Het multiculturele Drama” had gepubliceerd dat met één stoot de ballon doorprikte over het tolerante, gastvrije Nederland. Nederland was niet zozeer gastvrij maar eerder ongeïnteresseerd in de nieuwe moslimburgers en probeerde ze met uitkeringen stil te houden in gesegregeerde buitenwijken.

In zijn laatste boek presenteert Scheffer enkele cijfers uit een onderzoek van de onderzoeker Koopmans onder ongeveer 9000 eerste en tweede generatie moslims in Nederland, Duitsland, België, Frankrijk, Oostenrijk en Zweden. Ik schrok van de resultaten. 60% is ermee eens dat moslims terug moeten keren naar de wortels van de islam, 75% zegt dat er maar één uitleg is van de koran, en 65% zegt religieuze regels belangrijker te vinden dan de wetten van het land waarin men leeft. Tenslotte onderschrijft 44% alle drie de uitspraken en wordt daarmee door Koopmans terecht gekenschetst als “consistent fundamentalistisch”.

Ik moest gelijk denken aan het stemgedrag van Turken in Nederland en Duitsland waar respectievelijk 64 en 54% van de opgekomen Turken voor de AKP van Erdogan koos. Dat is dus het resultaat van een langjarig verblijf in een democratisch, tolerant en seculier land: men kiest voor een islamitische dictator.

Ik zou graag nog opmerkingen willen maken over de dubbele nationaliteit, een maatregel dat net zo naïef is als het toelaten van Griekenland tot de Euro of het invoeren van het Schengen verdrag zonder dat je tegelijkertijd regelt hoe je de buitengrenzen van het Schengengebied afdoende bewaakt (zie nogmaals het laatste boek van Scheffer), maar ik keer terug naar het schisma in de bevolking dat heeft bijgedragen tot het ontstaan van de Spaanse revolutie.

Bovengenoemde cijfers suggereren dat de integratie van moslims in Nederland niet goed is geslaagd (en, naar aanleiding van de gebeurtenissen in de laatste 2 jaar, lijkt hetzelfde ook te gelden voor landen zoals België en Frankrijk). Significante groepen in deze gemeenschappen onderschrijven niet de fundamenten van de democratische, pluriforme Westerse samenleving. Dan moet je niet miljoenen vluchtelingen uit het Midden-Oosten in Europa opnemen. Integendeel, je moet de slachtoffers van de gevechten in Syrië en Libië helpen en zorgen dat ze worden opvangen in gebieden waar integratie het meest succesvol zal zijn, in bijvoorbeeld Koerdistan, Iran of de Golfstaten. In enkele van deze gebieden hebben ze de ruimte en verzuipen ze in het geld waarmee ze niet weten wat ze ermee moeten doen behalve een skihal in de woestijn aanleggen of FIFA-officials omkopen. Maar de oorlogsslachtoffers moeten niet naar Europa komen! Frans Timmermans, geef geld voor locale opvangkampen, maar zorg dat ze niet Europa instromen (maar Frans heeft ook geen helder beeld van het probleem en oplossingsrichtingen, lees hiervoor zijn boek “Broederschap”, een sympathieke maar eigenlijk onthutsend naïeve analyse van het immigranten probleem. Het aansnijden van het islam-fundamentalisme onder de niet-geintegreerde bevolkingsgroepen lijkt nu eenmaal een taboe te zijn bij de meeste politieke stromingen).

Let wel, ik geef niet Europa of de Nederlandse staat de schuld van de slechte integratieresultaten. Ook immigranten zijn volwassenen en elke immigrant die na een verblijf van 10 jaar nog altijd gebrekkig Nederlands praat kan je hierop aanspreken. Spreek je geen Nederlands en blijf je hangen in kringen waar je alleen andere immigranten tegenkomt dan moet je niet vreemd opkijken als je werkeloos blijft. Dat is triest maar is het resultaat van een eigen keuze waarvoor jezelf de consequenties moet dragen alhoewel de rest van de Nederlandse gemeenschap het geld van jouw uitkering moet ophoesten. Waar ik echter bang voor ben is dat de integratie van additionele moslimgroepen zoals uit Syrië niet veel beter zal verlopen, de islamitische gemeenschap wordt groter en daarmee wordt het gemakkelijker om in de eigen gemeenschap te blijven hangen. Het lijkt daarmee voorspelbaar dat het aantal mensen met een orthodoxe islam visie zal stijgen, een visie die de basiswaarden van de Westerse samenleving ontkent en de risico’s van een dergelijke ontwikkeling zijn enorm. Overeenkomsten met het pre-revolutionaire Spanje liggen dan voor de hand.

In de Tweede Kamer zeggen ze dan: en nu gaan we over tot de orde van de dag. En heffen daarna met elkaar een glas bier. Of discussiëren in een TV-programma’s over de ontwikkeling van het besteedbaar inkomen in de komende vijf jaar. Wat een middelmaat, wat een karig niveau.

We zijn bijna bij Villafranca del Bierzo aangekomen.